OORLOGSWEES
Home
Bestellen
In de pers
Contact
Home

De Tweede Wereldoorlog duurde in Nederland van 10 mei 1940 tot 5 mei 1945. Toen het stof was neergedaald waren er van de 140.000 Joodse Nederlanders tussen de 104.000 en 110.000 vermoord, ongeveer 75 procent - in geen enkel land lag dat percentage zo hoog.

Het noodlot achterhaalde ook de ouders van Marco de Groot. Als vee verdwenen ze in de gaskamers van Sobibor. Het nazivernietigingskamp in Polen kwam in het nieuws door de rechtszaak tegen John Demjanjuk in München. In dat waarschijnlijk laatste proces was Marco de Groot (1939) medeaanklager.

Na een zwerftocht langs vier onderduikadressen ging oorlogswees Marco de Groot een half jaar voor de bevrijding voor anker in een Amsterdams pleeggezin. Na de oorlog ging tien procent van de Joodse oorlogswezen naar Israël om mee te helpen aan de opbouw van het land. Marco de Groot bleef hier als voogdijkind.
Maar de moord op zijn ouders, het gesol met hem als onderdduikkind en de wordsteling met zijn identiteit eisten hun tol. Dertig jaar liep Marco de Groot - hij verdrong het verleden - de deur plat bij psychische hulpverleners. Uiteindelijk trok hij de stoute schoenen aan. Hij ging in gesprek met lotgenoten en bezocht de sinistere plek waar zijn vader en moeder hun laatste gruwelijke momenten beleefden: Sobibor.
Het bleek de heilzaamste therapie. Ook door zijn rol in het proces tegen Demjanjuk, kampbewaarder in Sobibor in de periode dat de ouders van De Groot zijn vergast, viel een last van zijn schouders.

Oorlogswees bestaat uit twee verslagen: Marco de Groots levensschets, en zijn ervaringen als medeaanklager in het proces-Demjanjuk in München dat anderhalf jaar in beslag nam. Beide verslagen laten zich afzonderlijk en parallel lezen.